Waarom spreken zorgverleners zo vaak in de ‘wij-vorm’? En wat betekent dat voor de patiënt?
In de zorg horen we het constant:
• “We zien dat de waardes stabiel zijn.”
• “We starten met deze medicatie.”
• “We gaan u nu naar beneden brengen.”
Maar wie is die ‘wij’ eigenlijk? Vaak staat de zorgverlener alleen tegenover de patiënt.
Waarom kiezen we (bewust of onbewust) zo vaak voor het meervoud?
Mogelijke redenen:
- Gewoonte/Cultuur: Het is ingesleten taal, overgenomen zonder nadenken.
- Teamgevoel: Zorg is zelden een solojob. Het kan een patiënt vertrouwen geven : “Ik sta er niet alleen voor.”
- Dominantie/Macht: Het meervoud kan collectieve autoriteit uitstralen: “Wij beslissen.” Voor een kwetsbare patiënt kan dat overweldigend of afstandelijk aanvoelen. Het kan de vraag oproepen: “Wie beslist hier over mijn zorg?”
Taal is nooit neutraal. Elk woord draagt een boodschap. En die boodschap beïnvloedt hoe een patiënt zich voelt.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te letten op duidelijkheid, maar ook op autonomie. Het gevoel van regie over de eigen zorg is cruciaal voor vertrouwen en samenwerking. Als taal dat gevoel ondermijnt, verliezen we iets essentieels.
Dus: wanneer kies jij bewust voor ‘ik’, en wanneer voor ‘wij’? En welke kracht leg je daarmee in de relatie met de patiënt?

