Een onnodige CT-scan vermijden? Dat begint met goede communicatie

In de huisartsenpraktijk komt het regelmatig voor: een patiënt met rugpijn vraagt om een CT-scan. Vanuit medisch oogpunt is dat onderzoek vaak niet aangewezen. Toch blijkt het weigeren van zo’n aanvraag vaak moeilijker dan de medische beslissing zelf.

Want hoe zeg je nee zonder de patiënt het gevoel te geven dat hij niet gehoord wordt?

Waarom discussies over onderzoeken vaak ontstaan

Wanneer patiënten expliciet vragen om een CT-scan, bloedonderzoek of een andere technische test, denken zorgverleners soms vooral na over de medische indicatie.

Daardoor reageren ze snel met uitspraken zoals:

“Dat is niet nodig.”

“Dat onderzoek gaat niets opleveren.”

Hoewel die antwoorden inhoudelijk correct kunnen zijn, missen ze vaak iets belangrijks: de bezorgdheid achter de vraag.

Patiënten vragen namelijk niet altijd om een onderzoek omdat ze per se een scan willen. Vaak zijn ze op zoek naar zekerheid, geruststelling of een verklaring voor hun klachten.

Wanneer die onderliggende zorg niet wordt erkend, voelt een afwijzing al snel als een afwijzing van de patiënt zelf.

Waarom zomaar toegeven ook geen oplossing is

Aan de andere kant willen zorgverleners patiënten uiteraard niet blootstellen aan onderzoeken die geen meerwaarde bieden.

Een onnodige CT-scan kan leiden tot:

  • onnodige blootstelling aan straling;
  • extra kosten voor patiënt en gezondheidszorg;
  • toevallige bevindingen die nieuwe ongerustheid veroorzaken;
  • verdere onderzoeken die uiteindelijk niets bijdragen aan de behandeling.

Toegeven om een discussie te vermijden voelt soms gemakkelijker op korte termijn, maar is niet altijd de beste keuze voor de patiënt.

Effectief begrenzen: eerst verbinden, dan begrenzen

Wanneer patiënten iets vragen wat medisch niet aangewezen is, helpt het om in twee stappen te communiceren:

eerst verbinding maken, daarna de grens stellen.

Dat voorkomt dat het gesprek een machtsstrijd wordt.

Stap 1: erken de bezorgdheid van de patiënt

Voor je inhoudelijk reageert op de vraag, sta je stil bij de onderliggende bezorgdheid.

Bijvoorbeeld:

“Ik hoor dat je je zorgen maakt over je rug en dat je graag meer duidelijkheid wilt over wat er aan de hand is.”

Door eerst te erkennen wat de patiënt bezighoudt, voelt hij zich gehoord. Dat creëert ruimte voor het verdere gesprek.

Stap 2: formuleer je professionele standpunt duidelijk

Pas daarna volgt de medische beoordeling.

Bijvoorbeeld:

“Op basis van wat ik vandaag zie, zal een CT-scan ons geen extra informatie geven die helpt bij de behandeling.”

De boodschap blijft duidelijk. De grens blijft behouden.

Maar omdat eerst verbinding werd gemaakt, wordt die grens vaak beter aanvaard.

Stap 3: behoud de samenwerking

Een gesprek eindigt best niet met een simpel “nee”.

Help de patiënt verder met wat wél mogelijk is.

Bijvoorbeeld:

“Laten we samen bekijken wat op dit moment de beste aanpak is en hoe we je klachten verder kunnen opvolgen.”

Zo krijgt de patiënt geen onderzoek dat niet nodig is, maar wel perspectief en begeleiding.

Nee zeggen zonder de relatie te schaden

Een patiënt kan teleurgesteld zijn wanneer zijn vraag niet wordt ingewilligd. Dat is normaal.

Teleurstelling hoeft echter niet te leiden tot conflict.

Het verschil zit vaak in de manier waarop de boodschap wordt gebracht.

Wanneer zorgverleners eerst luisteren, vervolgens hun professionele oordeel geven en daarna samen naar een alternatief zoeken, blijft de relatie meestal intact.

De patiënt krijgt een nee op zijn vraag, maar geen afwijzing als persoon.

Een principe dat elke dag toepasbaar is

Dit communicatiemodel werkt niet alleen bij vragen naar een CT-scan.

Je kunt dezelfde aanpak gebruiken bij:

  • aanvragen voor onderzoeken zonder medische indicatie;
  • vragen naar medicatie die niet aangewezen is;
  • attesten die je niet kunt afleveren;
  • administratieve verzoeken die buiten je mogelijkheden liggen;
  • verwachtingen die niet haalbaar zijn.

De volgorde blijft dezelfde:

eerst contact, dan de grens.

En juist die volgorde maakt vaak het verschil tussen een discussie en een constructief gesprek.